De organisatie

De organisatie van een Steve JobsSchool is anders dan die van een reguliere basisschool. Een Steve JobsSchool gaat uit van de individuele ontwikkeling van de leerling, die daarom dagelijks verschillende workshops volgt. Deze workshops zijn gebaseerd op de kerndoelen.

Het rooster

Op basis van de uitgezette leerlijnen en de bijbehorende doelen ontwikkelt de school een rooster waarin alle doelen op elk niveau terugkomen in instructieworkshops. Daarnaast heeft de leerling de mogelijkheid om de stof te verwerken en in te oefenen. Dat gebeurt tijdens workshops begeleid werken, waarbij de vakspecialist ondersteuning kan bieden, en op het Stilteplein. Dit is een ruimte waar de leerling zelfstandig kan werken onder toezicht van een onderwijsassistent.

De leerling stelt zo een eigen rooster samen, deels gevuld met verplichte vakken en deels op basis van keuzes, gekoppeld aan de doelen van dat moment.

Alle leerlingen beginnen en eindigen de dag onder leiding van de eigen coach in de stamgroep, gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze stamgroep biedt elke leerling een veilige basis.

Iedere leerling een eigen device

In het schoolconcept van de Steve JobsSchool maakt elke leerling gebruik van een eigen device. Op deze device zijn de sCoolTools geïnstalleerd (de infrastructuur van de Steve JobsSchool), met daarbinnen onder meer het IOP met de doelen en het weekrooster met verplichte en gekozen lessen. Daarnaast wordt op deze device ook in ruime mate gebruikgemaakt van educatieve software.

Uit beheersoverwegingen gebruiken alle leerlingen hetzelfde type device, bijvoorbeeld een iPad of een Chromebook.

De applicaties zijn webbased en werken op elke device, mits er verbinding is met internet. Zo kan de ouder via de eigen computer/device toegang krijgen tot de informatie van de leerling.

Adaptieve software

Elke leerling werkt per deelgebied op zijn of haar eigen niveau. Dit niveau wordt bepaald door de coach en de vakspecialist. Voor het inoefenen van de doelen, die worden aangeboden in de instructieworkshops, werkt de leerling met adaptieve interactieve software. Elke school bepaalt zelf welke software er gebruikt wordt. Bij het maken van een keuze uit het ruime marktaanbod wordt de school geadviseerd en ondersteund. Voor het inoefenen wordt daarnaast gebruikgemaakt van analoge hulpmiddelen.